Evaluatie Klimaatdeals

November 2025

Table of Contents

Samenvatting

Het Haags Klimaatberaad legt vast dat het beraad als taak heeft de voortgang van de klimaatdeals als onderdeel van het Haags Klimaatakkoord te monitoren en nieuwe mogelijkheden in beeld te brengen. In juni heeft de gemeente suggesties gegeven van wat daarbij aan de orde kan zijn, wat later verder is verduidelijkt. Kern van het Klimaatakkoord is dat de opgave samen wordt opgepakt. Het Klimaatberaad heeft met vele partijen in de stad gesproken, zowel huidige als mogelijke partners bij deals. Hieruit komen drie hoofdlijnen naar voren: (a) maak in de jaarlijkse klimaatrapportage ook duidelijk hoe de feitelijke ontwikkeling zich verhoudt tot de ambtitie van de gemeente, zodat voor betrokkenen helder is waar men aan meedoet, (b) ontwikkel de nu losse en veelal inspirerende hoeveelheid deals tot een meer samenhangende portfolio, (c) verbeter de gemeentelijke organisatie op enkele punten. Dit mondt uit in acht concrete adviezen.

 

Het Klimaatberaad geeft de gemeente Den Haag acht adviezen:

  1. Het adviseert in de klimaatrapportage niet alleen in te gaan op de feitelijke verwachtingen, maar ook te bezien welke betekenis dit heeft voor de geformuleerde ambitie.
  2. Het Klimaatberaad adviseert om een studie te laten verrichten naar wat er moet gebeuren om de gestelde ambitie op een later tijdstip te verwezenlijken en de kosten en opbrengsten daarvan voor de bewoners, bedrijven en instellingen van de stad.
  3. Het adviseert de gemeente een heldere portfolio van de klimaatdeals te formuleren en uitvoering te organiseren voor die deals die dat nodig hebben.
  4. Het adviseert  jaarlijks na te gaan waar de samenhang te versterken is en te bezien hoe er  een programma van samenhangende deals kan ontstaan.
  5. Het adviseert met kracht door te gaan met de inzet op Europese middelen en deze onderdeel te laten zijn van een meerjarig financieel beeld voor klimaatbeleid. Het adviseert ook in te zetten op de meerjarige middelen die beschikbaar komen uit het Sociaal Klimaatfonds.
  6. Het adviseert de gemeente duidelijker aanspreekpunten te organiseren voor ondernemers en burgers die zelf bij willen dragen aan klimaatdeals.  Deze aanspreekpunten moeten goed toegankelijk zijn en hebben overzicht van wat er in het gemeentelijk apparaat plaatsvindt.
  7. Het adviseert de gemeente  overleg met wijkorganisaties gericht op duurzaamheid te starten, waarbij de gemeente ervoor open staat dat vertegenwoordigers uit wijken iets soms beter weten dan ambtenaren en een echte dialoog ontstaat. Idealiter heeft zo’n overleg een onafhankelijke voorzitter.
  8. Het adviseert de gemeente na te denken over hoe de vele goedwillende ondernemers en instellingen actiever bij het duurzaamheidsbeleid betrokken kunnen worden.

 

Inleiding

Aanleiding en adviesvraag

In het reglement van het Haags Klimaatberaad is vastgelegd dat het beraad tot taak heeft de voortgang van de klimaatdeals uit het Haags Klimaatakkoord te monitoren en daarbij kansen te signaleren voor aanvullende thema’s en nieuwe samenwerkingspartners[1]. De gemeente Den Haag heeft het Haags Klimaatberaad op 6 juni 2025 gevraagd om een evaluatie te doen van het Haags Klimaatakkoord, daarbij te reflecteren op de voortgang en te kijken naar mogelijkheden voor nieuwe deals en samenwerkingen. Het beraad wilde hierover graag nadere informatie, voordat het aan het werk kon.  In een gesprek met de gemeente op 26 augustus is een aantal accenten toegevoegd, zoals hoe het klimaatbeleid van de gemeente Den Haag toekomstbestendig gemaakt kan worden en wat de mogelijke rol van de gemeente binnen het Haags Klimaatakkoord is, vanuit de stelling dat de gemeente het samen met burgers en ondernemers wil doen. De gemeente vraagt zich daarbij af hoe de goede balans gevonden kan worden tussen eigen initiatief en samendoen, tussen zichtbaar zijn en anderen aan het woord laten.

 

Aanpak

Er zijn interviews gehouden met diverse partijen, zoals betrokken burgers en organisaties bij de uitvoering van de Haagse Klimaatdeals, maatschappelijke organisaties, wijkorganisaties en politieke partijen. Een overzicht van de partijen die gesproken zijn in het kader van deze evaluatie treft u aan in het colofon. Hierbij stonden drie thema’s centraal. Het klimaatberaad was ten eerste gevraagd ervaringen op te halen bij betrokkenen bij de klimaatdeals. Door gesprekken met betrokkenen bij het beleid bezagen we verder de gang van zaken in de gemeente. Hierbij kwam ook ter sprake hoe het klimaatbeleid bestendig voor een langere termijn kan zijn ook keken we naar de rollen die de gemeente hierbij vervult en de ‘framing’ van het klimaatbeleid. Ten derde bezagen we of er nieuwe deals mogelijk zijn. Het klimaatberaad rekende het niet tot zijn taak kwantitatief na te gaan welke resultaten, bijvoorbeeld in termen van CO2-reductie, in de deals waren bereikt.

 

Hoofdstuk 1. De ambitie  van het akkoord en de deals

Het Haags klimaatakkoord heeft een voorgeschiedenis die tenminste teruggaat tot juni 2017, de tijd waarin velen geinspireerd werden door het in december 2015 gesloten mondiale klimaatakkoord van Parijs. Acht politieke partijen nemen dan het initiatief tot het Haags Klimaatpact. In maart 2018 wordt dat door nog meer partijen, inclusief alle jongerenpartijen van de stad, ondertekend. Uit dit Klimaatpact dateert de ambitie dat Den Haag in 2030 klimaatneutraal zou moeten zijn. Dat werd, zo hoort het beraad van partijen die daar toen bij betrokken waren, ambitieus en ver genoeg gevonden om betekenisvol te zijn. Onderzoeksbureau CE Delft werd gevraagd middels een ‘backcasting’ studie na te gaan welke maatregelen daarvoor nodig zouden zijn. Een ‘backcasting’ studie houdt in dat de doelrealisatie uitgangspunt is – dus niet de huidige situatie – en dat bezien wordt door welke concrete maatregelen het doel bereikt kan worden[2].

CE Delft stelde daarbij eerst een referentiescenario op van de te verwachten CO2-uitstoot van Den Haag.  In dit referentiescenario was het CO2-budget van Den Haag in de loop van 2022 (voor 1,5°C temperatuurstijging), respectievelijk 2031 (voor 2°C), uitgeput. In de studie werden maatregelpakketten gedefinieerd voor de sectoren wonen, werken en mobiliteit. Om de hoeveelheid duurzame energie te maximaliseren werd er ook een maatregelpakket opgesteld voor het plaatsen van zonnepanelen. Aangenomen werd dat al deze maatregelpakketten in 2018 zouden starten, en in het doeljaar 2030 volledig waren uitgevoerd. De studie concludeerde dat onafhankelijk van het jaartal van de doelstelling en het gekozen CO2-budget er een grote opgave lag voor Den Haag. Alle woningen zouden van het aardgas moeten worden afgesloten en voorzien worden van een alternatieve warmtevoorziening. Ook dienden alle voertuigen te worden vervangen door emissievrije varianten. De enige beleidsmaatregel die deze vervanging van voertuigen op tijd zou kunnen bewerkstelligen was het invoeren van een zero-emissie milieuzone in de stad. Zelfs wanneer alle maatregelpakketten werden uitgevoerd zou het voor Den Haag niet in alle scenario’s mogelijk zijn om volledig CO2-neutraal te worden of binnen de haar gestelde CO2-budgetten te blijven. De gemeente Den Haag haalt haar elektriciteit namelijk uit het landelijke elektriciteitsnet, en daar zouden tot aan het doeljaar CO2-emissies aan verbonden blijven.

De gemeente sloot hierop met het Rijk en de provincie Zuid-Holland  de ‘Green Citydeal’, waarin het accent ligt op betaalbare duurzame energievoorziening. In het daar gevormde samenwerkingsverband EnergieRijk Den Haag zet een groot aantal partijen[3] zich in voor concrete oplossingen op het terrein van de energietransitie[4].   Dit samenwerkingsverband bestaat nog. De gemeente sloeg hiernaast een andere weg in, waarbij sterker werd aangesloten bij landelijke initiatieven en opnieuw gezocht werd naar een manier om als stad toegevoegde waarde te leveren. De landelijke initiatieven vloeiden voort uit het nationale Klimaatakkoord uit 2019, waarvan de doelstellingen later als gevolg van het Europese ‘Fit-for-55’ beleid werden aangescherpt.  Dit maakte het bijvoorbeeld makkelijker om te rekenen op een sneller verduurzaamd elektriciteitsnet. Ook werd landelijk bijvoorbeeld het initiatief genomen om afspraken te maken voor een isolatieprogramma van woningcorporaties als stap tot het beeindigen van de levering van aardgas en werden gemeenten verplicht om een Warmtetransitievisie en (in 2026) een Warmteplan te maken. De gemeente probeerde samen met anderen duurzame activiteiten te ontwikkelen. Hiertoe werd in 2024 met 38 partijen het Klimaatakkoord gesloten, wat dit voorjaar tot 44 partijen werd uitgebreid. Partijen bij dit akkoord hebben vrijwel geen van alle een kwantitatieve doelstelling. Ook is het akkoord breder dan de energietransitie (van aardgas naar hernieuwbare bronnen en duurzame mobiliteit) en omvat het ook aanpassing aan klimaatverandering, beter omgaan met grondstoffen (circulaire economie) en Den Haag als internationale stad van vrede en recht. De formele ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn bleef echter bestaan. De gemeente houdt zelf bij welke voortgang er in de deals wordt geboekt. Hieronder volgt een korte samenvatting daarvan, die het Klimaatberaad in juni ontving en die eerder dit jaar is samengesteld[5].

Duurzame Mobiliteit, Circulaire Economie, Energietransitie De initiatieven lopen, maar er zijn knelpunten bij het vinden van de juiste expertise (M1: Slim Laadplein) en procesbegeleiding (M2: Werkgebonden Vervoer en M5: fietscultuur). Positief: autodelen breidt uit en experiment met HTM-net start in 2025. Verschillende deals maken voortgang, maar sommige lopen vertraging op door organisatorische uitdagingen (CE4: Circulaire Buurt Hub, CE10 Textielrotonde). Positief: CE1 Rewrap en CE7 Circulair uitvragen en contracteren bij bouw en vastgoed boeken resultaten. Diverse projecten zitten in de uitvoeringsfase, maar herijking is nodig bij de E3: aanpak van woningcorporaties. Positief: o.a. (E9: warmtenetten, E8: geothermie en E4: digital twin) ontwikkelingen vorderen.

Duurzame Leefomgeving De meeste projecten zitten in de uitvoeringsfase, maar afstemming en financiering blijven aandachtspunten bij (L2: Gezamenlijke visie daken Grote Marktstraat) en (L3: Klimaatbestendiger Huygensparkbuurt). Positief: (L1: Green2Live daken Scheveningen, L4: Radicaal vergroenen in de Binckhorst) boeken resultaten, met vergroening en zonne-energie als speerpunten. Internationaal Netwerken en samenwerkingsverbanden ontwikkelen zich sterk, maar hebben behoefte aan continuïteit en opschaling. Positief: evenementen en internationale betrokkenheid groeien.

Het Klimaatberaad waardeert het feit dat de gemeente, samen met anderen, een ambitie heeft geformuleerd. Ambitie geeft richting, creeert enthousiasme en betrokkenheid. Het constateert echter ook  dat de veranderde opvatting over de meest zinvolle bijdrage van de stad aan het klimaatbeleid niet heeft geresulteerd in een andere ambitie. Daarmee is het Klimaatakkoord enigszins verwarrend geworden: er is een ambitie, er zijn deals en andere activiteiten, maar er is geen duidelijke relatie tussen de ambitie en de deals. Het Klimaatberaad is gevraagd naar de deals te kijken en heeft dat gedaan, maar constateert dat de belangrijke vraag of daarmee de oorsponkelijk gestelde ambitie in of buiten beeld is, niet meer aan de orde is. Nu kan men uiteraard stellen dat een ambitie iets anders is dan een concreet doel, zoals de nationale overheid heeft voor 2030. Een ambitie is een breed streven naar een doel, de motivatie om iets te bereiken en de richting van activiteiten. Een doel is specifiek en meetbaar. Dit zijn verschillen. Maar het Klimaatberaad is het met gesprekspartners eens dat een ambitie minder krachtig en zelfs verwarrend wordt, als de feitelijke ontwikkeling ver af komt van wat geambieerd is. Het jaar 2030 waarvoor de ambitie is geformuleerd is nu zo dichtbij, dat de vraag of deze nog bereikbaar is onontkoombaar is geworden.

Een antwoord of deze ambitie momenteel in zicht zou zijn is, los van alle details, niet moeilijk te geven. Door het nationale energie- en klimaatbeleid wordt in 2030 de helft van de emissies uit 1990 gereduceerd, met een bandbreedte van 45 tot 53 procent[6]. Daarbij is de geraamde emissiereductie in de elektriciteitsvoorziening met –69,4 procent en industrie met –57,5 procent wat meer, maar dit zijn net de sectoren waar Den Haag minder aan kan doen.   Voor de mobiliteit met een verwachte reductie van 30 procent in 2030 ten opzichte van 1990 en in de gebouwde omgeving met 48 procent is de verwachte emissiereductie juist minder dan gemiddeld. Dit zijn de twee sectoren die in de aanpak van Den Haag centraal staan. Het is daarmee vrijwel onvoorstelbaar dat Den Haag in 2030 klimaatneutraal zou zijn. De formele beleidsambitie van de stad komt daarmee niet in zicht.  Het bleek het beraad bij gesprekken met betrokkenen dat de vraag wat nu precies met het klimaatakkoord wordt beoogd en waarom daar niet periodiek verslag van wordt gedaan breed leeft. Gesprekspartners vragen zich af waarom niet wordt toegegeven dat de feitelijke ontwikkelt verschilt van de ambitie  en het ontbreken van een antwoord schept onzekerheid over wat de gemeente nu precies beoogt. Er is behoefte aan een ‘volledig verhaal’, waarin ook duidelijk gemaakt wordt wat wel en niet kan. Het vermoeden bestaat dat als de gemeente probeert een duidelijk verhaal te geven ook degenen die minder affiniteit hebben met klimaatbeleid daar waarde aan zullen hechten.

De gemeente is voornemens dit najaar een Klimaatrapportage te publiceren[7]. Hierin wordt, zo heeft de gemeente het Klimaatberaad aangegeven, de CO2-uitstoot van de stad en de verwachte impact van het gemeentelijk beleid vermeld. In deze jaarlijkse Klimaatrapportage worden de uitkomsten gespiegeld aan gemeentelijke ambities.

Ook wanneer zou blijken dat de ambitie van de gemeente om in 2030 klimaatneutraal te zijn op dat moment nog niet gerealiseerd kan worden, dan verliest deze daarmee niet aan waarde. Het gaat daarbij niet alleen om de klimaatimpact, maar ook om de betaalbaarheid voor bewoners. Immers, in Europa is afgesproken dat er ook een emissiehandel komt voor het verkeer en de gebouwde omgeving, die er onvermijdelijk voor gaat zorgen dat de prijzen voor energie door toenemende kosten voor CO2 gaan stijgen (zie ook hoofdstuk 3). Ook uit die optiek is het van groot belang het energieverbruik te verminderen en CO2-arm te maken. Dat is een enorme klus. Het zou goed zijn als de bewoners van Den Haag weten wat hen in dit opzicht te wachten staat: is een klimaatneutrale stad in bijvoorbeeld 2040 wel mogelijk, wat is daarvoor al in 2035 nodig, wat zal het bewoners kosten en hoeveel besparen ze aan duurder geworden energie? Het Klimaatberaad adviseert de gemeente om opnieuw een studie te laten verrichten naar de activiteiten die nodig zijn om de gestelde ambitie te realiseren[8].

Het Klimaatberaad formuleert zo twee aanbevelingen.

  1. Het Klimaatberaad adviseert in de klimaatrapportage niet alleen in te gaan op de feitelijke verwachtingen, maar ook te bezien welke betekenis dit heeft voor de geformuleerde ambitie.

  2. Het Klimaatberaad adviseert om een studie te laten verrichten naar wat er moet gebeuren om de gestelde ambitie op een later tijdstip te verwezenlijken en de kosten en opbrengsten daarvan voor bewoners, bedrijven en instellingen van de stad.

 

Hoofdstuk 2. Naar een portfolio van klimaatdeals

De aanpak van de gemeente bij de klimaatdeals is ‘laat 1000 bloemen bloeien’, zo heeft het beraad van meerdere partijen vernomen. Deze benadering heeft een grote kracht. Niemand wordt bijvoorbaat uitgesloten, er wordt aangesloten bij het enthousiasme dat in buurten en wijken leeft om de omgeving te verbeteren. Het blijkt ook uit het enthousiasme dat naar voren komt bij betrokkenen bij de halfjaarlijkse stedelijke klimaatbijeenkomsten.

Dit grote voordeel heeft echter ook een keerzijde. Deze is dat het gevaar bestaat dat de klimaatdeals blijven steken in goedwillendheid. De gemeente kent geen duidelijke uitvoeringsorganisatie voor bijvoorbeeld de warmtetransitie, die daadwerkelijk zou kunnen ondersteunen wanneer uitvoering moeilijk wordt. Veel deals blijven daarom kleinschalig en als er moeilijk te overwinnen obstakels zijn is in de praktijk niet altijd duidelijk hoe deze overwonnen kunnen worden. Natuurlijk wordt er binnen de stad uitgevoerd. Zo hebben de woningcorporaties hun programma’s gericht op isolatie van huurwoningen. Degenen die hier binnen de woningcorporaties mee bezig zijn, ervaren dit zelf echter niet altijd als onderdeel van een klimaatdeal.

  1. Het Klimaatberaad adviseert de gemeente een heldere portfolio aanpak van de klimaatdeals te formuleren en uitvoering te organiseren voor die deals die dat nodig hebben.

Het Haags Klimaatakkoord bundelt duurzame initiatieven uit de stad, faciliteert kennisuitwisseling en helpt bij het versnellen van de duurzame transitie. Dit is een brede doelstelling, die niet eenvoudig meetbaar te maken is. Dat hoeft ook niet altijd. De beginfase van de transitie valt doorgaans immers samen met de huidige ‘laat 1000 bloemen bloeien’ benadering. Enthousiaste wijkbewoners en ondernemers in het midden- en kleinbedrijf die hun bijdrage aan de stad willen leveren kunnen zich aansluiten. De ‘1000 bloemen’ benadering past bij een situatie waarin nog niet helemaal duidelijk is welke aanpak meer en welke minder werkt, waarin geinnoveerd moeten worden en uitgeprobeerd. Het zal dan voor deze nieuwe partijen wel duidelijk moeten zijn welke baat men er zelf bij heeft. Een bestendige deal blijft immers niet op goedwillendheid draaien, maar zal voor alle betrokkenen een bepaald voordeel moeten hebben. We noemen dit ‘fase 1′. Ten behoeve van de jaarlijkse Klimaatrapportage kunnen de betrokkenen in de portfolio-benadering bezien of deze ‘fase 1’ ook het volgend jaar passend is. In enkele gevallen zal wellicht geconstateerd moeten worden dat de deal niet heeft opgeleverd wat ervan verwacht werd en dat dit ook in de toekomst zo zal blijven; deze kan daarom beter geschrapt worden. In veel gevallen zal ‘fase 1’ ook voor het volgend jaar relevant blijven.

Het Klimaatberaad gaat er vanuit dat het Haags Klimaatakkoord meer wil dan alleen ‘samen duurzame dingen doen’. Waar duidelijk wordt wat een veelbelovende aanpak is, waarin het niet alleen om de beweging gaat, maar ook om het werkelijk bereiken van een doel, zou je willen versnellen, doorpakken. Voor die activiteiten zijn prestatieafspraken beter geschikt. Deze deals komen in de optiek van het Klimaatberaad dan in ‘fase 2′. Bij heel grote partijen, zoals de woningcorporaties, vereisen prestatieafspraken vooral afstemming met de gemeente indien het werk van de een moet aansluiten op dat van de ander, zoals de mate van isolatie van woningen bij de vraag wanneer het warmtenet er komt. Maar voor andere partijen zal de gemeente ook daadwerkelijke uiitvoeringskracht ter beschikking moeten stellen, wil de deal – die in dat geval daadwerkelijk aan het klimaatdoel (emissiereductie, aanpassing, circulariteit) kan bijdragen – feitelijk kans van slagen hebben. Samen met partijen die bij deze ‘fase 2’ betrokken zijn kan idealiter een programma opgesteld worden, waarin wordt afgesproken wie wat doet en wanneer het gezamenlijk gestelde doel onder welke voorwaarden bereikt kan worden. Op deze manier ontstaat een portfolio van klimaatdeals. Jaarlijks komen er bij, vallen eraf, of schuiven er door.

Momenteel bestaat het overzicht van de klimaatdeals uit een lijst van losse activiteiten. Het Klimaatberaad adviseert hier twee wijzigingen in aan te brengen.

In de eerste worden de deals in een overzicht geplaatst, waarbij samen met de dealpartners gestuurd kan worden op mogelijk effect en fase in de uitvoering. Hierbij worden de deals gerubriceerd op twee assen. Op de ene as staat de mogelijke omvang of impact van de deal. Een deal waarin duizenden woningen worden geisoleerd is een voorbeeld van een met grote impact. Op de andere as staat de mate van ‘volwassenheid’ van de deal: is het een eerste idee, of een volledig uitgewerkte activiteit? Op deze wijze ontstaan er vier kwadranten en kan elk jaar worden bezien of de deal nog in het kwadrant past waarin deze is gepositioneerd, of dat er van voortgang sprake is. Als de verschillende thema’s van de deals – zoals energie, circulariteit, mobiliteit, klimaatadaptatie – verschillende kleuren hebben, is in een oogopslag duidelijk wat de stand van zaken is. De plaatsing wordt uiteraard samen met de ‘dealhouder’ bezien en een medewerker van de gemeente houdt het overzicht bij. De portfolio geeft ook inzicht in welke aanpak van de gemeente het best zou passen (zie hoofdstuk 5).

Ten tweede wordt meer ingegaan op de samenhang der dingen. Woningcorporaties werken bijvoorbeeld aan de isolatie van woonblokken, maar weten hoe belangrijk het is dat mensen groen om zich heen hebben. Daarom is er ook overleg tussen woningcorporaties, het Hoogheemraadschap Delfland en de gemeente om samen te bezien hoe isolatie, woningverbetering, groen en waterstand in samenhang bekeken kunnen worden. Of wanneer er afspraken worden gemaakt over meer groen, hoort daar aandacht voor parkeerplaatsen en het openbaar vervoer bij. De huidige klimaatdeals helpen niet bij het totstandbrengen van zo’n meer integrale aanpak. Samen met partijen die bij de bovengenoemde ‘fase 2’ betrokken zijn of die in het overzicht grote impact hebben en al verder in de uitvoering zijn kan idealiter een programma opgesteld worden, waarin in samenhang wordt afgesproken wie wat doet en wanneer het gezamenlijk gestelde doel onder welke voorwaarden bereikt kan worden. Bij elkaar ontstaat een samenhang van de deals.

  1. Het Klimaatberaad adviseert jaarlijks na te gaan waar de samenhang te versterken is en of er een programma van samenhangende deals kan ontstaan.

 

Hoofdstuk 3. Bouwstenen voor toekomstvast beleid

In maart 2026 zijn er gemeenteraadverkiezingen. De Haagse gemeenteraad is sterk gepolariseerd[9]. Vooralsnog varen het klimaatakkoord en de klimaatdeals in rustig politiek vaarwater, zo stellen meerdere gesprekspartners.  Dat zal ook samenhangen met de nadruk op het ‘samen’ doen en de geringe samenhang met het formeel door de raad geformuleerde ambitie van klimaatneutraliteit. De ervaring leert immers, zo blijkt uit andere situaties, dat naarmate het doel door sommige partijen serieuzer genomen wordt dan door andere en blijkt dat dit niet bereikt kan worden door maatregelen die voor iedereen plezierig zijn, ook de tegenstand groeit[10].

Door de mogelijkheden van meer programmatisch werken, zoals in hoofdstuk 2 aanbevolen, kan het ‘samen’ worden versterkt. Immers, daar waar voor de ene partij de klimaatneutraliteit op zo kort mogelijke termijn prioriteit heeft, is dat voor een andere partij helemaal niet zo, maar hecht men wel grote waarde aan betaalbaarheid van woningen voor mensen met een laag inkomen. De in aanbeveling 2 genoemde studie kan hier duidelijkheid in brengen. Een leefbare stad is voor iedereen van grote waarde. Ook het initiatief laten aan bewoners en ondernemers is iets wat breed in de stad en gemeenteraad wordt gewaardeerd.

Het is belangrijk dat het klimaatakkoord niet alleen gaat over tegengaan van emissies, maar ook om de omgang met de gevolgen daarvan. Het belang van tegengaan van klimaatverandering voor een leefbare stad kan nog sterker worden benadrukt. Immers, als bij ongewijzigde temperatuurstijging en zeestijging over 100 of 150 jaar het water van alle kanten zou kunnen komen en ook anderszins de stad onleefbaar zou worden, is dat in niemands belang.

Hierbij is financiele degelijkheid cruciaal. In de gemeentebegroting, zo stellen gesprekspartners, wordt al zoveel mogelijk rekening gehouden met meerjarige budgetten voor verschillende aspecten van duurzaamheid. De gemeente heeft in haar Europastrategie aangegeven dat ook Europese financiele middelen hierbij een rol kunnen spelen. Verschillende gespekspartners hebben dat onderstreept. Als eerste Nederlandse gemeente ontving Den Haag in oktober 2024 het label ‘klimaatneutrale en slimme stad’. De kwaliteiten op basis waarvan de gemeente Den Haag dit label heeft ontvangen kunnen ingezet en benadrukt worden bij de subsidieaanvragen. Een voorbeeld van zo’n kwaliteit is het betrekken van mensen in de stad. Dit biedt een goede uitgangspositie om deze Europese subsidies te vergaren. Momenteel neemt de gemeente Den Haag al deel aan verschillende Europese programma’s. In vergelijking met andere steden is dat echter nog van geringe omvang. De gemeente heeft zich voorgenomen hier meer aandacht aan te besteden, waarbij de te verkrijgen gelden gekoppeld moeten worden aan eigen prioriteiten. Aandacht voor leefbaarheid en duurzaamheid zijn daarbij een speerpunt. De gemeente wil aan  meer Europese tenders deelnemen. Om hier succesvol in te zijin heeft de zij enkele adviseurs in dienst genomen met ervaring met Brusselse processen. Het Klimaatberaad juicht deze ontwikkeling toe. Elk bestuur wil immers eenmaal verkregen en geoormerkte middelen besteden. Het adviseert daarbij maximaal met andere Europese steden op te trekken, omdat de kans van slagen bij tenders daarmee wordt vergroot.

Het beraad wijst daarbij ook op de mogelijkheden die de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds biedt. Dit Klimaatfonds gaat middelen ter beschikking stellen die samenhangen met de inkomsten uit de zgn. Tweede Europese Emissiehandel (ETS2), die in beginsel in 2027 van kracht wordt voor onder andere gas- en benzineverbruik van burgers en kleine ondernemers. De gas- en benzineprijzen gaan zoals al vermeld omhoog, maar de opbrengsten daarvan komen in het Sociaal Klimaatfonds. De landelijke overheid heeft kaders geformuleerd voor de mogelijke uitgaven. In de periode 2026-2032 komt zo 960 miljoen beschikbaar die besteed zullen worden aan huishoudens in energie- en vervoersarmoede en kleine ondernemingen. Het kabinet heeft voorgesteld dit geld op verschillende manieren te besteden, zoals de opzet van lokale ‘energiehuizen’, uitbreiding van middelen van het Nationaal Warmtefonds, middelen voor gemeenten voor Fixteams voor kleine ondernemingen en een publiek energiefonds voor kwetsbare huishoudens zolang hun huizen niet geisoleerd zijn[11]. Puur getalsmatig zou Den Haag 30 miljoen euro uit dit fonds kunnen ontvangen[12].

  1. Het Klimaatberaad adviseert met kracht door te gaan met de inzet op Europese middelen en deze onderdeel te laten zijn van een meerjarig financieel beeld voor klimaatbeleid. Het adviseert ook in te zetten op de meerjarige middelen die beschikbaar komen uit het Sociaal Klimaatfonds.

 

Hoofdstuk 4. Meer deals met ondernemingen en instellingen

Ondernemingen en instellingen (anders dan woningcorporaties) spelen geen grote rol in de klimaatdeals. In het overzicht van de deals wordt alleen de Haagse Hogeschool genoemd en een afspraak met 32 overheidsgebouwen, die feitelijk via het EnergieRijk Den Haag-programma loopt. Dat heeft meerdere oorzaken. Al eerder was de Green Citydeal gesloten tussen het Rijksvastgoedbedrijf, de gemeente en enkele grote ondernemingen. Dit bestaat nog steeds en de aanpak van netcongestie met afspraken tussen HTM en Stedin vonden hier hun plaats. Vertegenwoordigers van VNO-NCW West ervaren de gemeente als voortvarend: er is een bereidwilligheid om mee te denken. Het contact van ondernemers met de gemeente is doorgaans met de gemeentelijke afdeling Economische Zaken en men ervaart dit doorgaans als zinvol. Meestal vindt dit contact plaats als een ondernemer een probleem heeft en steun zoekt om belemmeringen op te heffen. Aan de klimaatdeals heeft bijvoorbeeld VNO-NCW West echter weinig aandacht besteed.

Het klimaatberaad heeft een aantal grotere instellingen in de stad gesproken, waaronder ziekenhuizen en overheidsinstellingen. Deze organisaties zien mogelijkheden om bij te dragen aan het realiseren van een duurzamer Den Haag. Belangrijke thema’s die in de gesprekken worden genoemd zijn circulariteit, energievoorziening en vergroening van de stad. Men mist echter een duidelijk aanspreekpunt.

In sommige gevallen kan de inbreng van de gemeente verder gaan dan meedenken bij het oplossen van belemmeringen. Zeker een kleine ondernemer stelt het vaak op prijs als het initiatief vanuit de gemeente komt. De gemeente zou in duurzaamheid geinteresseerde ondernemers – en dat zijn er veel – zelf kunnen  uitnodigen mee te doen. Dan moet het natuurlijk om iets gaan wat voor de onderneming interessant is. Een voorbeeld is dat de gemeente reclameruimte aan wisselende ondernemers aanbiedt die op lokale duurzaamheid zijn gericht. Kleinere ondernemingen hebben niet het professionele apparaat om aan tenders bij aanbestedingen van de gemeente deel te nemen. De gemeente zou kunnen zoeken naar manieren om deelname ook voor het MKB daadwerkelijk mogelijk te maken. Dit kan aansluiten bij het initiatief ImpactCity[13]. Landelijk zijn er al vele initatieven om in aanbestedingen aspecten als lokaal, sociaal, biologisch, of gunstig voor het klimaat een grotere rol te geven. De gemeente zou in het kader van de klimaatdeals hier een actieve bijdrage aan kunnen leveren. We werken dit in het volgende hoofdstuk uit.

Het Klimaatberaad heeft zich verder afgevraagd of ook werknemers van met name grotere ondernemingen en instellingen een grotere rol in de uitvoering van het klimaatbeleid zouden kunnen spelen. Er is al een deal die werknemers stimuleert te kiezen voor duurzame manieren van woon-werkverkeer. Duurzame mobiliteit wordt door onze gesprekspartners erg belangrijk gevonden. Ook vertegenwoordigers van landelijke organisaties, die zich afvragen welke rol ze plaatselijk moeten spelen, wijzen op het belang van het regionale woon-werkverkeer. Andere vertegenwoordigers van grote instellingen die wij spraken waren echter niet op de hoogte van deze deal. De vakcentrale waarmee het beraad sprak wees op het belang werknemers tijdig te betrekken bij in gang gezette veranderingen. Bij de invoering van elektrische bussen door de HTM was dit naar het inzicht van de vakcentrale te laat op gang gekomen. Het beraad steunt de ingeslagen richting om ook werknemers actief te betrekken bij de klimaatdeals, maar dan is er wel goede communicatie en uitwerking nodig. Ook zal dit bij elk bedrijf en instelling anders zijn, bijvoorbeeld afhankelijk van de vraag welk aandeel van de werknemers in Den Haag woont en wat hun werkpakket is.

 

 

Hoofdstuk 5. Heldere rollen van de gemeente

In het voorgaande is de gemeente al meermalen naar voren gekomen. In de praktijk heeft de gemeente verschillende rollen. Mede omdat er bij de gemeente veel mensen werken, in verschillende afdelingen, zijn die rollen niet altijd duidelijk. Ook kent niet iedereen daarbij de klimaatdeals. Soms heeft een partij een uitstekend contact met de gemeente, omdat partij en gemeente elkaar nodig hebben om goed te kunnen handelen, maar is de gespekspartner van die partij er zich niet van bewust dat haar organisatie een klimaatdeal met de gemeente heeft gesloten.  Het Klimaatberaad adviseert de gemeente helder te zijn in haar rol.

Ten eerste is de gemeente partij bij sommige klimaatdeals. In het voorgaande is al geadviseerd om hier een portfolio-benadering bij te hanteren, zodat beter gestuurd kan worden op impact. Partijen vinden het belangrijk dat er daarbij ook over geld gesproken kan worden. Vooral wijkorganisaties en duurzame buurtgroepen worstelen daar soms mee – zowel financiering voor structurele activiteiten als een ogenschijnlijk eenvoudige vraag naar ondersteuning van de administratie. Om de samenhang van de deals te versterken zou de gemeente met herkenbare ‘dealcoordinatoren’ kunnen werken. Vrijwel alle organisaties met wie we spraken hechten aan korte lijnen met de gemeente en duidelijke aanspreekpunten.

Ten tweede heeft de gemeente overkoepelende ambities, zoals de klimaatneutraliteit in 2030 of de wens van het aardgas af te gaan in 2040. En de gemeente heeft daarbij soms het gevoel beter dan anderen te weten hoe dit moet gebeuren. Anderzijds beoogt de gemeente de bewoners serieus te nemen. Dankzij een aangenomen initiatiefvoorstel van twee politieke partijen gaat de gemeente in kaart brengen wat er nodig is om de lokale wijkdemocratie op wijkniveau te versterken door bijvoorbeeld bewonersorganisaties te ondersteunen[14]. Deze verschillen kunnen botsen en leiden tot verwarring: in welke hoedanigheid spreekt men met de gemeente? Is men er slechts om uit te voeren wat de gemeente bedacht heeft of mag het ook anders? Welke ruimte is er zelf iets in te brengen en hoe serieus wordt dat genomen? Zolang dit onhelder is, aarzelen sommigen een nieuwe klimaatdeal te sluiten. Maar als het wel helder wordt zou bijvoorbeeld een deal met het Haags Bewonersplatform van vertegenwoordigers van wijkorganisaties een optie kunnen zijn, waarbij natuurlijk niet alleen de relatie met vertegenwoordigers maar ook met bewoners zelf van belang is.

En ten derde is de gemeente belangrijk als aanbestedende partij en biedt ze faciliteiten. Het laatste is uit te werken door in overleg met VNO-NCW West en MKB-Nederland te zoeken naar praktische oplossingen om kleinere bedrijven die actief op duurzaamheid zijn gericht een plaats te geven in bijvoorbeeld  door de gemeente te plaatsen reclameborden. Een ander voorbeeld dat gegeven is om met grote instellingen afspraken te maken over het scheiden van afval en prestaties die boven de afspraak gaan te belonen, waarbij de subsidie weer in nog betere scheiding geinvesteerd zou kunnen worden. De gemeente maakt al veel werk van duurzaamheid in het aanbesteden.  De gemeente blijkt middels haar website goed op de hoogte van het werk van SKAO (Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen), die de CO2-prestatieladder beheert. Gesprekspartners herkennen dit. De gemeente gebruikt deze prestatieladder bij het monitoren van de voortgang van CO2-reductie in de eigen organisatie. Op 23 september 2025 heeft SKAO een nieuwe versie van de CO2-prestatieladder gepubliceerd, versie 4.0. Deze versie maakt een onderscheid tussen drie tredes: trede 1 betreft de CO2-reductie in de eigen organisatie; trede 2 in de keten; en trede 3 richt zich op nulemissies in 2050 in alle organisaties waarmee de aanbesteder contractueel verbonden is. Door deze versie 4.0 van de prestatieladder te hanteren en dit te plaatsen in het brede begrip van leefbaarheid zou de gemeente als partner in de deals zelf nog meer het goede voorbeeld laten zien.

Het Klimaatberaad heeft zodoende over de rol van de gemeente drie aanbevelingen.

  1. Organiseer duidelijker aanspreekpunten voor ondernemers en burgers die bij willen dragen aan klimaatdeals. Deze aanspreekpunten moetengoed toegankelijk zijn en hebben overzicht van wat er in het gemeentelijk apparaat plaatsvindt.

  2. Start overleg met wijkorganisaties gericht op duurzaamheid, waarbij de gemeente ervoor open staat dat vertegenwoordigers uit wijken iets soms beter weten dan ambtenaren en een echte dialoog ontstaat. Idealiter heeft zo’n overleg een onafhankelijke voorzitter.

  3. Denk na over hoe de vele goedwillende ondernemers en instellingen actiever bij het duurzaamheidsbeleid betrokken kunnen worden.

 

COLOFON

Ter voorbereiding van dit advies heeft het klimaatberaad documenten van de gemeente en achterliggende studies geraadpleegd. Verder is gesproken met vertegenwoordigers van een woningcorporatie, twee politieke partijen, drie vertegenwoordigers van duurzame buurtactiviteiten, Duurzaam Den Haag, VNO-NCW West, een vakcentrale, ziekenhuizen, een ministerie, de Belastingdienst, een hogeschool, The Economic Board of the Hague en meermalen met ambtenaren van de gemeente. Het advies is voorbereid door een werkgroep en unaniem vastgesteld op 27 oktober 2025.

[1] Gemeente Den Haag, Haags Klimaatakkoord, RIS 318580, 9 april 2024.

[2] CE Delft, Backcasting Den Haag, 2018.

[3]Zoals  Sociaal-Economische Raad, BAM Bouw en Vastgoed, Facilicom, Korpsleiding van de Politie, Raad voor de Rechtspraak, later aangevuld met het Haags Medisch Centrum, Haagse Hogeschool en Hogeschool InHolland.

[4] Zie www.energierijkdenhaag.nl

[5] Bijlage Overzicht Klimaatdeals bij notitie Haags Klimaatberaad: Evaluatie HKA en Adviesaanvraag, notitie aan Stuurgroep Duurzaamheid, 3 april 2025.

[6] PBL, Klimaat- en Energieverkenning 2025.

[7] De gemeente schreef het Haags Klimaatberaad in zijn reactie op de eerste 2 ongevraagde adviezen op 23 september 2025: De gemeente onderschrijft het belang van een cijfermatige onderbouwing van de reductie van broeikasgasemissies. Dit gebeurt onder andere via het Klimaatdashboard en wordt beschreven in de Klimaatrapportage. Het effect van maatregelen is dit jaar op hoofdlijnen doorgerekend en komt terug in het Klimaatdashboard. De koppeling tussen middelen, maatregelen en effecten is nog niet in elk geval te maken, en daarom blijft de gemeente de monitoring verder door ontwikkelen. Het Klimaatdashboard en de jaarlijkse Klimaatrapportage vormen samen de basis om de ontwikkeling van emissies op stadsniveau te volgen, te vergelijken met landelijke cijfers (wat momenteel nog niet gebeurt) en te spiegelen aan gemeentelijke ambities (waar beschikbaar).

[8] Voor deze langere termijn is de CO2-emissie sterk afhankelijk van Europese en nationale ontwikkelingen. Een voor de hand liggende aanpak zou zijn om met ‘meewind-’ en ‘tegenwindscenario’s’te werken. In een ‘meewindscenario’ neemt de Europese Unie zich bijvoorbeeld voor 90% broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 door eigen maatregelen te reduceren en sluit Nederland zich daarbij volledig aan. In zo’n scenario kan Den Haag er bijvoorbeeld op rekenen dat alle nieuw verkochte auto’s vanaf 2035 elektrisch zijn, dat er krachtig nationaal beleid gevoerd blijft worden ter ondersteuning van verduurzaming in de gebouwde omgeving en dat in 2040 de gehele elektriciteitsvoorziening geen broeikasgasemissies meer heeft. In een ‘tegenwindscenario’ is dat in (veel) mindere mate het geval.

[9] Zie bijvoorbeeld Den Haag Centraal, 2 oktober 2025.

[10] Een voorbeeld is de situatie in het Verenigd Koninkrijk. Hier bestaat sinds 2008 een Klimaatwet, die met vrijwel unanieme steun van alle partijen in het parlement werd aangenomen. De Conservatieve premier Theresa May scherpte het erin gestelde doel later aan. De huidige Labourregering streeft dat met kracht na. Nu daarbij ook moeilijke maatregelen genomen moeten worden, heeft de huidige Conservatieve partijleider in de oppositie onlangs verklaard de wet af te schaffen als zij de regering zou vormen. Zie de website carbonbrief.org

[11] Zie brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 september 2025 aan de voorzitter van de Tweede Kamer over de update van het Social Climate Fund

[12] Den Haag heeft momenteel 568.000 inwoners, Nederland 18,1 miljoen. Als elke inwoner evenveel zou ontvangen als het gemiddelde van Nederland is dat ruim 30 miljoen euro, meer dan 4 miljoen per jaar.

[13] Zie ImpactCity.nl

[14] Gewijzigd initiatiefvoorstel Haagse wijken aan zet, RIS321542, 9 oktober 2025.

 

Foto: Valerie Kuipers